Homepage / De geschiedenis van Stavoren

Het pittoreske plaatsje Stavoren met slechts 1000 inwoners is met stip het oudste stadje van Friesland. Uit oude bronnen blijkt dat er al voor 900 mensen woonden waaronder ook de eerste Friese koningen. Rond het jaar 900 begon men vanuit Stavoren handel te drijven. Dankzij de strategische ligging aan het water leende de stad zich uitstekend voor handel en scheepvaart. En zo groeide de nederzetting al snel uit tot een belangrijk handelsknooppunt.

Vanuit Stavoren voeren schippers en handelslieden naar de landen rondom de Oostzee. Van daaruit werd de handelswaar door onder meer Deense kooplieden verscheept naar Engeland, Vlaanderen en Novgorod. De Stavorense handelaren keerden terug met graan, een product waar men bijvoorbeeld in het gewest Holland een groot tekort aan had. In dit gewest groeide het bevolkingsaantal namelijk explosief terwijl de voedselproductie niet toereikend was. De graanimporten via Stavoren waren daarom lange tijd van levensbelang.

Een handelsstad van internationaal belang

Omstreeks 1060 kreeg Stavoren officiële stadsrechten. Hierdoor kreeg Stavoren een bijzondere autonome status met eigen rechtspraak, een stadswapen en minstens zo belangrijk: tolprivileges in heel Europa. Hierdoor kregen de handelslieden bij alle heffingen voorrang waardoor zij sterk in het voordeel waren ten opzichte van concurrenten. Rond de twaalfde eeuw begonnen de Friese kooplieden samen te werken met Duitse handelslieden. Dit leidde er uiteindelijk toe dat Stavoren lid werd van de Duitse Hanze: een samenwerkingsverband tussen handelaren en steden. Het doel van de Hanze was enerzijds het beschermen van de handel en anderzijds het uitbreiden ervan. De Hanze bestond uit een reeks van 200 handelssteden, van Londen tot en met Novgorod.

Teloorgang van Stavoren als handelsplaats

In de late Middeleeuwen raakte het stadje in verval. De ambachten en de handel hadden het in deze periode zwaar te verduren als gevolg van de Hollands-Friese oorlogen. Hierdoor nam de rijkdom van de stad in hoog tempo af. Het stadbestuur had niet voldoende geld in de kas om de haven en de dijken goed te blijven onderhouden. Als gevolg hiervan verzandde de haven en kwam de handel uiteindelijk helemaal tot stilstand. Uit deze periode stamt ook de beroemde legende over Het Vrouwtje van Stavoren.

Het Vrouwtje van Stavoren

Volgens de legende leefde er in Stavoren een rijke koopmansweduwe die haar kapitein de opdracht gaf om de kostbaarste schat ter wereld voor haar te vinden. De kapitein keerde terug met zakken graan. De weduwe was woedend en gaf het bevel om het graan in zee te storten. Een oude man waarschuwde haar echter dit niet te doen omdat het haar ondergang zou betekenen. De vrouw nam daarop een gouden ring van haar vinger en gooide hem in zee terwijl ze zei: “Zolang deze ring niet uit de zee bij mij terugkeert zal ik niet bedelen.” Enige tijd na deze gebeurtenis at de vrouw een vis.

Ze sneed de lekkernij open en zag tot haar ontsteltenis de ring die zij in zee had gegooid. Nog dezelfde dag vernam zij dat al haar schepen waren vergaan tijdens een zware storm. En op de plek in de haven waar zij het graan in zee had laten gooien ontstond een grote zandbank. Volgens de moraal van dit verhaal waren het niet de oorlogen die de ondergang van de stad veroorzaakten. In plaats daarvan was het de hoogmoed en de inhaligheid waarvoor de stad werd gestraft.

Stavoren nu: toeristische trekpleister

Stavoren is natuurlijk bekend als één van de plaatsen waar de Elfstedentocht langs loopt. Maar verder is Stavoren vooral een belangrijke toeristische trekpleister. In het historische centrum van de stad kijk je je ogen uit. In veel opzichten lijkt het alsof de tijd heeft stil gestaan. Voor veel toeristen is Stavoren daarom een cultureel hoogtepunt tijdens hun bezoek aan Friesland. En behalve heerlijk rond wandelen kun je ook het water op. De haven wort vandaag de dag namelijk gebruikt als uitvalsbasis voor de pleziervaart. In de haven zelf is een rederij gevestigd met ruim twintig traditionele zeilschepen. Vele toeristen genieten wekelijks van een heerlijk dagje uitwaaien op één van deze schepen.